De meer literaire insteek van FM.den.Text: korte verhalen. Naar aanleiding van een opdracht daartoe of zomaar. Je kan 335 bladzijden doen om een verhaal te vertellen, maar met acht pagina's kan datzelfde verhaal net zoveel kracht hebben.
Een van die korte verhalen is 'Zwarte Kranen'. Dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Editie Enigma. Het was te lezen in de edities van 2 en 27 april 2010. Het eerste van twee delen van het verhaal, is als PDF te lezen door te klikken op onderstaande afbeelding. (Het verhaal begint overigens op pagina 74 van het tijdschrift.)

Een ander voorbeeld van een geschreven kort verhaal is 'Wissel'. Enkele fragmenten zijn hieronder te lezen.
I
Ik had een kwartier geleden de wissel omgezet. Er kwam een goederentrein langs en die zou faliekant ontsporen als ik dat niet had gedaan. In zoverre was mijn werk belangrijk. Nadat ik de wissel omzette, begon weer mijn eindeloze vrije tijd. Ik nam plaats op de groene bureaustoel in mijn twee-bij-twee hok en zat. Ik had daarbij een mooi uitzicht. In dit bergachtige gebied was nogal veel ruimte voor bos. Mijn uitzicht bestond dan ook uit bomen. Rijzige, overtuigend in bloei staande bomen. Rustig werd ik daarvan. Het feit dat ik werkelijk niets hoefde uit te voeren om aan mijn geld te komen hielp allicht.
Er waren standaardtijden dat er wat treinverkeer langskwam en dan moest ik een wissel omgooien en nog even in het hok blijven zitten. De eigenlijke arbeid kostte me pakweg een uur per dag. Toch bleef ik vaak meerdere uren weg. Bij dat uur reken ik het heen en weer fietsen mee. Het zitten niet. Je moet gelijk paraat kunnen staan. Altijd dichtbij blijven. Ofwel, dat is de regel, maar in de werkelijkheid zijn er zo ongelofelijk weinig verrassingen hier op twaalfhonderd meter hoogte, net buiten een microscopisch dorpje, dat je met een gerust hart buiten de gezette tijden overal kan rondhangen waar je maar wil. Ik weet niet waar mensen willen rondhangen, maar het kan. Andere landen misschien. Cafés? Bij vrienden? Mooie vrouwen? Ik wilde er niet aan denken. Ik moest me aan mijn taak houden: rustig blijven en wissels omzetten. De ontregeling van mijn gebruikelijke dagritme door een onaangekondigd passerende vrachttrein was al heel wat.
Ik concentreerde me weer even op het groen op en nabij de rotsen en voelde mezelf weer rustiger worden. Ik ademde lang uit met mijn ogen dicht. Precies toen ik een nieuwe hap wilde nemen van mijn broodje, viel ik bijna achterover van mijn stoel van schrik. Er stond iemand voor mijn rustgevende beeld. En niet zomaar iemand, maar een jonge vrouw met bloed over haar hele gezicht. Ze sloeg op het raam en strompelde vervolgens richting de deur van mijn hok. Daarbij lieten haar handen bloedsporen achter op de ruit. En wat modder erbij. Mijn hart sloeg zo ontzettend op hol dat ik een tijd niet kon ademhalen. Gedeeltelijk wilde ik haar helpen en gedeeltelijk vond ik het doodeng en wilde verdwijnen. Misschien zou ik haar kunnen helpen, maar wat was de prijs die ik daarvoor betaalde? Ze zag eruit alsof ze vijf minuten geleden levend was begraven.
Iedereen at hier om half 7. Stipt. Ik zorgde altijd dat ik uit het zicht was om half 7.
Ik merkte ineens dat ik hand in hand stond met Melissa, keek naar haar fijne gezicht en voelde plotseling enkele zonnestralen schijnen door mijn harnas van kleurloze soberheid.
‘Moeten we wapens hebben?’ vroeg Heinrich.



